 |
 |
Grondverzet Algemeen
|
 |
 |
Grondverzet op de plaats van uitgraving
|
 |
 |
Grondverzet op de plaats van bestemming van de bodem
|
 |
 |
Normen en gebruiksmogelijkheden
|
 |
 |
Grondverzet en vervoer van uitgegraven bodem
|
 |
 |
Grondverzet en opslag van uitgegraven bodem
|

|
 |  | Grondverzet Algemeen- Welke wetgeving regelt het werken met uitgegraven bodem?
Om de verspreiding van bodemverontreiniging te beheersen, heeft de Vlaamse regering een regelgeving voor het gebruik van uitgegraven bodem opgesteld. Deze regeling is ook wel gekend als het grondverzetregeling.
Deze regelgeving wordt beschreven in Hoofdstuk 13 van het VLAREBO, het Vlaams Reglement betreffende de Bodemsanering en Bodembescherming. De VLAREBO-tekst vind je op deze website Vlarebo,

- Welke zaken regelt het grondverzet?
De regelgeving van het grondverzet legt vast hoe je met uitgegraven bodem moet omgaan, vertrekkende op de plaats van ontgraving, over het transport tot en met de eindbestemming van de bodem. Bij alle stappen van het grondverzet moet aan bepaalde voorwaarden voldaan zijn. We noemen dit een traceerbaarheidssysteem. Op die manier kunnen we de herkomst van een uitgegraven bodem steeds achterhalen, ongeacht de bestemming.
Immers, als je werken wil laten uitvoeren waarbij je bodem van een andere plaats aanvoert naar je eigen terrein, vind je het belangrijk dat deze bodem proper is. De regelgeving moet je maximaal beschermen tegen de aanvoer van verontreinigde bodem.

- Wat is het nut van al deze regels?
De regelgeving is op gericht om duidelijkheid en dus ook rechtszekerheid te brengen. De bedoeling is ervoor te zorgen dat je bij de uitvoering van grondwerken geen overtredingen begaat op andere wetgeving die al van kracht is, zoals het bodemdecreet en het afvalstoffendecreet. Zo kunnen aannemers of vervoerders van uitgegraven bodem aansprakelijk gesteld worden voor de nieuwe bodemverontreiniging die zij veroorzaken door verontreinigde bodem op een niet toegelaten bestemming te gebruiken. 
- De regeling is gewijzigd. Waarom is ze gewijzigd?
Uit de praktijkervaring bleek reeds snel dat een aantal wijzigingen noodzakelijk waren om een efficiënte uitvoering van de regeling te waarborgen en om de rechtszekerheid te verhogen. Het beheersen van de verspreiding van verontreinigde uitgegraven bodem en het voorkomen van nieuwe bodemverontreiniging blijven de basisdoelstellingen van de regelgeving grondverzet. De wijziging van de grondverzetregeling heeft tot gevolg dat het gebruik van uitgegraven bodem volledig binnen het bodemdecreet geregeld wordt en dat ze losgekoppeld wordt van de regeling voor de toepassing van afvalstoffen als secundaire grondstoffen.
In de regeling wordt een traceerbaarheidsprocedure voor het gebruik van de uitgegraven bodem vastgelegd. In deze traceerbaarheidsprocedure worden de verschillende verantwoordelijken in het proces van het gebruik van de uitgegraven bodem aangeduid. Deze traceerbaarheidsprocedure maakt het mogelijk om het verband te leggen tussen de plaats van herkomst van de uitgegraven bodem en de plaats van gebruik of beoogd gebruik van de uitgegraven bodem.
De traceerbaarheidsprocedure heeft echter niet de bedoeling elke stap tijdens de uitvoering van grondwerken en de verplaatsing van de uitgegraven bodem te beheersen en te controleren (procescontrole). Het is wel de bedoeling op cruciale momenten elke betrokken partij op haar verantwoordelijkheid te wijzen.

- De regeling is gewijzigd. Wat is nieuw?
In grote lijnen komen de wijzigingen en hervormingen van de grondverzetregeling in voorliggend besluit hierop neer:
- een aantal nieuwe definities en een aanpassing van enkele bestaande definities;
- de expliciete invoering van een mengverbod;
- aanpassing van de voorwaarden voor het gebruik van uitgegraven bodem. Uitgegraven bodem kan gebruikt worden indien de te gebruiken bodem voldoet aan welbepaalde kwaliteitscriteria. Deze criteria zijn gebaseerd op de actuele bodemkwaliteit, op de risico's voor blootstelling aan of voor verspreiding van verontreinigende stoffen, en op de vigerende ruimtelijke functie van de ontvangende grond. Hierdoor wordt het mogelijk om bodem te gebruiken die met verontreinigende stoffen is aangerijkt, maar er wordt tegelijkertijd een onnodige en onaanvaardbare verslechtering van de bodemkwaliteit van de ontvangende grond voorkomen;
- opname van VLAREBO-specifieke begrippen en bepalingen voor het gebruik van uitgegraven bodem in bouwkundige toepassingen en in vormvaste producten waardoor de verwijzing naar het VLAREA voor het gebruik van bodem in of als bouwstof in een werk geschrapt kan worden. Het gebruik in specifieke bouwkundige toepassingen biedt de mogelijkheid om uitgegraven bodem met verhoogde gehaltes aan verontreinigde stoffen alsnog op een duurzame manier te gebruiken, zodat minder primaire delfstoffen ontgonnen moeten worden. Als gevolg van het aangepaste normeringskader worden hierbij geen milieurisico's geschapen;
- aanpassing van de bepaling voor de aanduiding van de grondwerken waarvoor een technisch verslag moet opgesteld worden en waarvoor de administratieve procedure grondverzet gevolgd moet worden;
- opname in de grondverzetregeling van de in de praktijk reeds toegepaste administratieve procedures in het kader van grondverzet, waarbij invulling gegeven wordt aan het begrip 'traceerbaarheid' van uitgegraven bodem;
- aanpassing en het verfijning van de erkenningsvoorwaarden van bodembeheerorganisaties, tussentijdse opslagplaatsen en grondreinigingscentra voor uitgegraven bodem;
- aanpassing van het normeringskader voor het gebruik van uitgegraven bodem als bodem;
- opname van een normeringskader voor bouwkundig bodemgebruik en vormvast product, waarbij de uitloogwaarden bepaald worden door een schudproef;

- Wanneer moet ik een technisch verslag laten opmaken?
Je moet nagaan aan welke bepalingen van het grondverzet je moet voldoen als je bodem afvoert of aanvoert. Wanneer het gaat om een klein volume uitgegraven bodem (minder dan 250 m³), moet je enkel in uitzonderingsgevallen een onderzoek laten uitvoeren. Bij grotere werken, waarbij het grondverzet meer dan 250 m³ bedraagt, is een onderzoek naar de kwaliteit van de uit te graven bodem meestal verplicht.
Ongeacht het volume van de uitgraving moet er echter geen technisch verslag worden opgesteld voor de aanleg van leidingwerken waarbij de bodem tijdelijk uitgegraven wordt om na uitvoering van de aannemingswerken op of nabij dezelfde plaats en onder dezelfde condities in dezelfde toepassing te worden teruggebracht.
Aan de hand van volgende vragen kun je bepalen of in jouw geval de regelgeving van toepassing is: betreft het de uitvoering van een conformverklaard bodemsaneringsproject?
- betreft het de aanleg, heraanleg of herstel van leidingwerken en wordt de bodem tijdelijk uitgegraven om na uitvoering van de aannemingswerken op of nabij dezelfde plaats en onder dezelfde condities in dezelfde toepassing te worden teruggebracht (= gebruik ter plaatse)?
- betreft het herstel van oevers of dijkprofielen (= gebruik ter plaatse)?
- bedraagt het volume grondverzet meer dan 250 m³?
- situeren de werken zich op een verdachte grond?
- ga je de uitgegraven bodem opnieuw gebruiken op hetzelfde kadastraal perceel?
- is er een grondoverschot dat je moet afvoeren?
- betreft het een hoop reeds uitgegraven bodem waarvan de uitgegraven bodem van verschillende plaatsen afkomstig is?
Afhankelijk van het antwoord op deze vragen kan je met behulp van het hierna volgend schema nagaan aan welke bepalingen van het grondverzet je moet voldoen:

Legende:
Buiten : werken buiten de kadastrale werkzone
Binnen: werken binnen de kadastrale werkzone
Als algemeen principe geldt dat voor alle verdachte gronden en voor alle uitgravingen groter dan 250 m³ een technisch verslag opgemaakt moet worden. Op dit algemeen principe bestaan in de nieuwe grondverzetregeling drie uitzonderingen.
Voor kleine partijen uitgegraven bodem die volgens een code van goede praktijk binnen een kadastrale werkzone worden gebruikt moet geen technisch verslag opgemaakt worden.
Bij lijntrajecten waarbij uitgegraven bodem ter plaatse opnieuw gebruikt wordt binnen een 'zone voor het gebruik ter plaatse' moet geen technisch verslag opgemaakt worden.
Indien het gebruik van de uitgegraven bodem verband houdt met een conformverklaard (beperkt) bodemsaneringsproject is het evenmin nodig om een technisch verslag op te maken. De overlapping van de onderzoeksplicht bij de grondverzetsregeling en bij bodemsanering wordt hierdoor weggewerkt. Voor de uitvoering van een bodemsanering overeenkomstig het Bodemdecreet bestaan al strikte procedures die door de OVAM opgevolgd worden. Bijkomende onderzoeksdaden binnen de grondverzetregeling hebben in dat geval weinig tot geen meerwaarde. In het (beperkt) bodemsaneringsproject en het conformiteitsattest moeten uiteraard wel voldoende nauwkeurige instructies voor het gebruik van de uitgegraven bodem opgenomen worden.
Voor iedere partij reeds uitgegraven bodem die groter is dan 250 m³ en die niet ter plaatse wordt gebruikt, moet een technisch verslag opgemaakt worden. Deze verplichting geldt ook voor een partij samengesteld uit verschillende partijen uitgegraven bodem kleiner dan 250 m³ waarvoor er geen verplichting tot technisch verslag was, en ook voor een partij groter dan 250 m³ die in verschillende partijen kleiner dan 250 m³ wordt afgevoerd en gebruikt (artikel 173, §2).

- Wat moet ik me voorstellen bij 250 m³?
Het totale volume van de uitgraving is het product van de lengte, de breedte en de diepte van de bouwput die je wil graven.
Richtcijfers zijn: regenwaterput: 5 à 10 m³; zwembad in een tuin: circa 150 m³; grote kelder: circa 200 m³; volledig onderkelderd huis: meer dan 250 m³.
Het is het berekende volume van de ontgravingsput dat van belang is. Bij het uitgraven zal de bodem immers steeds uitzetten. Hierdoor is het volume van de put steeds kleiner dan het volume uitgegraven bodem in de vrachtwagen. Dit verschil kan oplopen tot een vierde van het volume! Bij het gebruik van de uitgegraven bodem op de plaats van bestemming zal de bodem opnieuw inklinken door aanstampen en door het eigen gewicht van de bodem.

- Wat is een verdachte grond? Hoe kom ik te weten of mijn grond al dan niet verdacht is?
Het is duidelijk dat de kans op bodemverontreiniging niet overal even groot is. Op de zogenaamde verdachte gronden is een kwaliteitsbepaling van de uitgegraven bodem altijd noodzakelijk.
Verdachte gronden zijn:
- alle onderzoeksplichtige risicogronden of zogenaamde VLAREBO-gronden. Via de gemeente en de milieuvergunning kunnen we nagaan of een grond onderzoeksplichtig is. Meestal betreft het hier (voormalige) bedrijfsterreinen;;
- grond die opgenomen is in het Grondeninformatieregister, voor zover in een bodemonderzoek in het vaste deel van de aarde van die grond concentraties van stoffen werden aangetroffen die hoger liggen dan de richtwaarden voor de bodemkwaliteit voor het vaste deel van de aarde. Het Grondeninformatieregister is een OVAM register van de verontreinigde gronden waarvoor onderzoeksgegevens beschikbaar zijn bij de OVAM. Op het bodemattest staat vermeld of de richtwaarden voor de bodem overschreden zijn.
- openbare weg, oude wegbedding en wegberm;
- grond waarvoor aanwijzingen bestaan voor de aanwezigheid in het vaste deel van de aarde van stoffen in concentraties die hoger liggen dan de richtwaarden voor de bodemkwaliteit voor het vaste deel van de aarde , en die werd aangewezen door de minister. Momenteel zijn er nog geen dergelijke gronden aangewezen door de Vlaamse minister van Leefmilieu.

- Wat is een kadastrale werkzone?
Het begrip kadastrale werkzone is een combinatie van het begrip kadastraal perceel, een fiscaaljuridische eenheid en het begrip werkzone, een praktische eenheid uit de bouwwereld. De kadastrale werkzone voerde men in om een aantal praktische problemen op te vangen bij het gebruik van aangerijkte uitgegraven bodem als bodem.
Binnen de kadastrale werkzone zijn de gebruiksmogelijkheden van de bodem uitgebreider dan buiten de kadastrale werkzone.
Je moet dus uitmaken of je de uitgegraven bodem al binnen dan wel buiten de kadastrale werkzone zult gebruiken.
Een kadastrale werkzone is projectgebonden en bestaat uit gronden met soortgelijke kenmerken. De afbakening van de kadastrale werkzone gebeurt op basis van kenmerken die een betekenisvol effect op milieu of een betekenisvol risico op volksgezondheid hebben.
De kadastrale werkzone kan zowel de zones van uitgraving als de zones van gebruik van de uitgegraven bodem in aanvullingen of ophogingen binnen eenzelfde project bevatten.
In de definitie van kadastrale werkzone wordt het begrip 'project' gebruikt. Met de term 'project' wordt bedoeld het deel van de aanneming, ter realisatie van een werk (algemeen), waarop de bepalingen van de grondverzetregeling van toepassing zijn (= ontgraving, verplaatsing, tijdelijke opslag, gebruik van de uitgegraven bodem en afvoer van de grondoverschotten). In dit opzicht kunnen enerzijds alle grondwerken die uitgevoerd worden in het kader van één technisch verslag, ook indien die aanleiding geven tot verschillende bouwkundige ontwerpen en verschillende realisaties, als één project beschouwd worden. Anderzijds kunnen alle grondwerken die uitgevoerd worden in het kader van één bouwkundig ontwerp, maar waarvan verschillende technische verslagen worden opgesteld, als één project beschouwd worden.
Vuistregels:
Bij een niet-aangerijkte uitgegraven bodem die voldoet aan de waarde voor vrij gebruik is de kadastrale werkzone niet relevant. We kunnen de uitgegraven bodem dus zowel binnen als buiten de kadastrale werkzone gebruiken.
Verlaat de uitgegraven bodem definitief de werkzone én gebruik je de uitgegraven bodem niet als bodem binnen hetzelfde project, dan komt dit neer op het gebruik van uitgegraven bodem buiten de kadastrale werkzone.
Bij het voorkomen van een homogene bodemverontreiniging kan het indelen van de projectzone in een kadastrale werkzone gebeuren rekening houdende met historische gegevens, zintuiglijk waarneembare gegevens, bestemming van het terrein, gelijkaardig risico ...
Enkel bij projecten waarbij minder dan 250 m³ bodem uitgegraven wordt en opnieuw gebruikt in het kader van het project mag de bouwheer de kadastrale werkzone zelf afbakenen
In de andere gevallen moet je een contact opnemen met een erkende bodemsaneringsdeskundige. Deze instanties komen op het terrein, hebben ervaring met verontreinigde bodem en kunnen het best een complexe bodemsituatie inschatten.

- Wie moet opdracht geven om het technisch verslag te laten opmaken?
In de wetgeving dat de initiatiefnemer voor de grondwerken de opdracht moet geven om het technisch verslag te laten opmaken. In de meeste gevallen is het dus de bouwheer die aan een erkende bodemsaneringsdeskundige opdracht geeft tot het opmaken van het technisch verslag. De bouwheer kan echter contractueel laten vastleggen dat vb aannemer de opdracht moet geven aan de erkende bodemsaneringsdeskundige.
Het technische verslag wordt meestal opgemaakt voordat de bodem uitgegraven worden. Soms is het echter niet mogelijk om voor de aanvang van de grondwerken een technisch verslag op te maken. In deze gevallen is het mogelijk om een technisch verslag te laten opmaken op een vergunde opslagplaats voor uitgegraven bodem. In deze gevallen kan de uitbater van de opslagplaats de verplichting voor de opmaak van een technisch verslag op zich nemen. Hij kan dit uiteraard enkel voor de uitgegraven bodem die op zijn opslagplaats verhandeld wordt.
In sommige gevallen wordt de uitgegraven bodem gebruikt als grondstof in bouwmaterialen en keramische producten (vb steenbakkerijen). Indien de uitgegraven bodem door dit bedrijf gebruikt kan worden, is het mogelijk om de graafwerken uit te voeren en de uitgegraven bodem naar het bedrijf te voeren, waarna er door het bedrijf zelf een technisch verslag opgesteld wordt.
Indien de uitgegraven bodem eerst wordt afgevoerd, laat men in best contractueel vastleggen wie uiteindelijk de opdracht geeft om het technisch verslag op te stellen. De bouwheer voegt de resultaten van het technisch verslag toe aan het bestek. Zo kan de aannemer tegen een correcte prijs op de grondwerken inschrijven.
Is de bodem op een opslagplaats gestapeld, dan is het de uitbater van de opslagplaats die opdracht geeft tot het opmaken van een technisch verslag. Hij wil immers weten wat de kwaliteit is van de bodem, zodat hij nadien de bodem op een verantwoorde wijze kan gebruiken.

- Wie mag het technisch verslag opmaken?
Enkel een erkende bodemsaneringsdeskundige is bevoegd om een technisch verslag op te maken. Een lijst van erkende bodemsaneringsdeskundigen vind je op deze website ((lijst deskundigen).

- Wat moet ik met het technisch verslag doen?
Gebruik je de bodem rechtstreeks op een andere werf (dus zonder tussenstop op een tussentijdse opslagplaats of een grondreinigingscentrum), dan stuur je het technisch verslag door naar een erkende bodembeheerorganisatie. De erkende bodembeheerorganisatie gaat na of het technisch verslag voldoet aan de wettelijke bepalingen. De erkende bodembeheerorganisatie registreert eveneens het technisch verslag, zodat ze nadien een bodembeheerrapport kan afleveren.
Is een plaats van bestemming voor de uitgegraven bodem gekend, dan kan jij, de aannemer of een derde een bodembeheerrapport bij de erkende bodembeheerorganisatie aanvragen. De erkende bodembeheerorganisatie gaat dan na of de kwaliteit van de bodem, zoals beschreven in het technisch verslag, in overeenstemming is met de gebruiksmogelijkheden op de plaats van bestemming. Indien dit zo is, dan stelt de erkende bodembeheerorganisatie de nodige documenten ter beschikking, zodat je de grondwerken kan opstarten.
Je kan de bodem echter eerst naar een tussentijdse opslagplaats of een grondreinigingscentrum afvoeren. In dit geval neemt de uitbater van de tussentijdse opslagplaats of het grondreinigingscentrum de verdere opvolging van de bodem en het technisch verslag voor zijn rekening. Heb je zelf al een technisch verslag, dan kan je dit uiteraard samen met de bodem aan de tussentijdse opslagplaats afgeven. LET OP: neem vooraf contact op met de tussentijdse opslagplaats of het grondreinigingscentrum. Iedere tussentijdse opslagplaats of grondreinigingscentrum heeft immers een specifieke werkwijze of kan met specifieke (vervoer)documenten werken.

- Geldt een oriënterend of beschrijvend bodemonderzoek als een technisch verslag?
Nee. Wel proberen we in het technisch verslag maximaal gebruik te maken van de gegevens opgenomen in het oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek.
Het oriënterend bodemonderzoek heeft tot doel uit te maken of er ernstige aanwijzingen zijn voor een bodemverontreiniging in de grond. Enkel die gronden waarop een risicoactiviteit plaatsvindt, zijn onderzoeksplichtig. Op deze gronden is bij overdracht of bij stopzetting van de activiteit een oriënterend bodemonderzoek verplicht. Voor de meest risicovolle activiteiten is een oriënterend bodemonderzoek in elk geval verplicht vóór een bepaalde datum.
Het beschrijvend bodemonderzoek heeft tot doel de probleemplaatsen in kaart te brengen én te bepalen of verdere stappen noodzakelijk zijn. Enkel de probleemplaatsen zijn onderwerp van het beschrijvend bodemonderzoek. Of een bepaalde grond een probleemplaats is, stellen we vast aan de hand van het oriënterend bodemonderzoek of door andere waarnemingen, bijvoorbeeld bij het optreden van een schadegeval.
Het is logisch de reeds beschikbare gegevens van het bodemonderzoek maximaal te gebruiken. Relevante onderzoekgegevens opgenomen in een oriënterend en/of beschrijvend bodemonderzoek kan je gebruiken bij de opmaak van een technisch verslag. Omgekeerd kan je ook de relevante onderzoeksgegevens uit het technisch verslag gebruiken in het oriënterend en/of beschrijvend bodemonderzoek.

- Geldt een bodemsaneringsproject als een technisch verslag?
Ja. Graaf je bij het bodemsaneringsproject verontreinigde bodem uit en voer je deze bodem naar een vergund grondreinigingscentrum, dan is het niet nodig voor de uitgraving van deze bodem een technisch verslag op te maken. De verontreinigde bodem voer je af overeenkomstig de bepalingen van het afvalstoffendecreet (vervoer afvalstoffen). In de praktijk betekent dit dat je het identificatieformulier afvalstoffen (identificatieformulier) of een gelijkwaardig formulier gebruikt. Na reiniging van deze verontreinigde bodem zal het grondreinigingscentrum dan zelf aan een erkende bodemsaneringsdeskundige opdracht geven om een technisch verslag op te maken.
Indien je bij het bodemsaneringsproject (verontreinigde) uitgegraven bodem opnieuw gebruikt, moet je wel de bepalingen van het grondverzet volgen, maar je moet niet noodzakelijk een technisch verslag opstellen. Het bodemsaneringsproject wordt opgesteld door een erkende bodemsaneringdeskundige en bevat alle gegevens die nodig zijn om op een correcte manier met de uitgegraven bodem om te gaan. . Dit betekent dat je moet werken volgens de conformverklaring van het bodemsaneringsproject en volgens de codes van goede praktijk voor het uitvoeren van bodemsaneringswerken.. .
Het kan wel gebeuren dat in het conformverklaarde bodemsaneringsproject bepaald is dat voor grond die buiten de projectzone wordt afgevoerd, een technisch verslag moet opgesteld worden en dat de traceerbaarheidsprocedure moet gevolgd worden.
In geen geval moet je het bodemsaneringsproject naar de erkende bodembeheerorganisatie doorsturen.

- De conformverklaring van het beschrijvend bodemonderzoek zegt dat ik niet moet overgaan tot bodemsanering. Ik moet wel rekening houden met de regelgeving van het grondverzet. Wat betekent dit?
Hoewel de vastgestelde bodemverontreiniging geen aanleiding geeft tot een risico en je de bodem niet moet saneren, betekent dit niet dat je deze bodem zomaar kan uitgraven en opnieuw kan gebruiken. Wanneer je deze bodem verplaatst, kan je immers een risico creëren dat er niet was indien de verplaatsing niet gebeurde. Je bent dus in elk geval verplicht de regelgeving van het grondverzet toe te passen. In veel gevallen betekent dit dat je een technisch verslag en een bodembeheerrapport moet laten opmaken ( zie vraag Wanneer moet ik een technisch verslag laten opmaken?.)
Indien je de verontreinigde bodem afvoert en de bodemsaneringsnorm is overschreden, dan moet je de bodem steeds laten reinigen, tenzij de bodem niet reinigbaar is.
Grondwerken uitvoeren ter hoogte van de verontreinigde zone, kan bijgevolg aanleiding geven tot bijkomende kosten.

- Mag ik een technisch verslag laten opmaken na de uitgraving (vb. bij sloop huis)? Hoe zit het dan met bestek?
Indien een technisch verslag noodzakelijk is, stelt de nieuwe regelgeving enkel dat vóór het gebruik van de uitgegraven bodem een technisch verslag noodzakelijk is.
Je kan een technisch verslag bijgevolg na de uitgraving, bijvoorbeeld op een tussentijdse opslagplaats, laten opmaken. In dit geval is het uiteraard niet mogelijk, vóór de uitvoering van de werken, de kwaliteit van de uitgegraven bodem mee op te nemen in de aanbesteding van de grondwerken. Hierdoor is het voor de aannemer of grondwerker moeilijker om een correcte prijsofferte voor de afvoer van de uitgegraven bodem op te maken.

- Wie mag een bodembeheerrapport opmaken?
Enkel een erkende bodembeheerorganisatie, een erkende tussentijdse opslagplaats (enkel voor de bodem die daar verhandeld wordt) of een erkend grondreinigingscentrum (enkel voor de bodem die daar gereinigd wordt en verhandeld wordt) kan een bodembeheerrapport afleveren.
Een bodembeheerrapport wordt opgemaakt op basis van een technisch verslag en op basis van de gegevens van de plaats van gebruik. Het bodembeheerrapport attesteert het correcte gebruik van de uitgegraven bodem.
Een lijst van erkende bodembeheerorganisaties vind je op deze website (lijst bodembeheerorganisaties).
De erkende tussentijdse opslagplaats of een erkend grondreinigingscentrum kan enkel voor de bodem die daar verhandeld wordt een bodembeheerrapport afleveren.
Het bodembeheerrapport wordt afgeleverd door de erkende bodembeheerorganisatie, de erkende tussentijdse opslagplaats (enkel voor de bodem die daar verhandeld wordt) of de erkend grondreinigingscentrum aan de aannemer die de grondverzettoelating heeft aangevraagd. De aannemer moet een kopie van dit bodembeheerrapport overmaken aan de initiatiefnemer van uitgraving en aan de gebruiker van de uitgegraven bodem.
In geval de uitgegraven bodem afkomstig is van een erkende tussentijdse opslagplaats of van een erkend grondreinigingscentrum zullen deze bedrijven het bodembeheerrapport rechtstreeks overmaken aan de gebruiker van de uitgegraven bodem.
.

- Kan ik een bodemattest als bodembeheersrapport gebruiken?
Nee. Het is de OVAM die het bodemattest aflevert, per kadastraal perceel. Een kadastraal perceel blijft liggen waar het ligt, je kan het niet verplaatsen. Het bodemattest verwijst naar onderzoeksgegevens uit oriënterende en beschrijvende bodemonderzoeken die bij de OVAM gekend zijn. Indien de OVAM voor een bepaald kadastraal perceel geen onderzoeksgegevens beschikbaar heeft, levert zij een "blanco bodemattest" af. Dit betekent niet dat het kadastraal perceel niet verontreinigd is, dit betekent enkel dat de OVAM geen onderzoeksgegevens beschikbaar heeft in de vorm van een oriënterend of beschrijvend bodemonderzoek.
Het is de bodembeheerorganisatie die het bodembeheerrapport aflevert. Het bodembeheerrapport verwijst steeds naar een partij uitgegraven bodem. Het bodembeheerrapport attesteert enkel het milieuhygiënisch correcte gebruik van deze partij uitgegraven bodem. Een bodembeheerrapport geeft geen informatie over de aanwezigheid van onderzoeksgegevens bij de OVAM.

- Kan ik een gebruikscertificaat als bodembeheersrapport gebruiken?
Nee. Hoofdstuk 4 van het VLAREA regelt het gebruik van afvalstoffen als secundaire grondstof binnen de gebruiksgebieden "gebruik in of als meststof of als bodemverbeterend middel, gebruik in of als bouwstof, gebruik als bodem en gebruik in of als diervoeder". Voor het gebruik als secundaire grondstoffen van bepaalde afvalstoffen uit de lijst van bijlage 4.1. van het VLAREA is een gebruikscertificaat noodzakelijk. De procedure voor het bekomen van een gebruikscertificaat is uitgebreid beschreven in afdeling 4.3. van het VLAREA. Een gebruikscertificaat moet je bij de OVAM via een aangetekend schrijven aanvragen. Hiervoor gebruik je het standaardformulier.
Uitgegraven bodem die onder het toepassingsgebied van het bodemsaneringsdecreet valt, is niet opgenomen in deze VLAREA-lijst. Het gebruik van uitgegraven bodem is geregeld in hoofdstuk 10 van het VLAREBO. Hiervoor is in een aantal gevallen een bodembeheerrapport noodzakelijk. Een bodembeheerrapport wordt afgeleverd door een erkende organisatie.

- Bij de bouw van mijn huis moet ik een goede kleibodem uitgraven. Een baksteenfabriek is bereid deze klei te aanvaarden. Moet ik voor deze uitgraving een technisch verslag en een bodembeheerrapport laten opmaken?
De verplichting tot het opmaken van een technisch verslag en een bodembeheerrapport is verbonden aan de hoeveelheid uit te graven bodem en het al dan niet verdacht zijn van de uitgegraven bodem ( zie vraag Wanneer moet ik een technisch verslag laten opmaken?.)
Van deze bodem kan je voor de uitgraving een technisch verslag laten opmaken. Je kan de partij uitgegraven bodem ook laten inkeuren op de baksteenfabriek. Op basis van deze inkeuringsanalyse en de gegevens van herkomst kan een erkende bodemsaneringsdeskundige dan een technisch verslag opmaken. Nadien moet de baksteenfabriek op basis van dit technisch verslag bij een erkende bodembeheerorganisatie een bodembeheerrapport aanvragen

- Ik wil de bodem gebruiken in landbouwgebied. Is hiervoor een bodembeheerrapport nodig?
De verplichting tot het opmaken van een technisch verslag en een bodembeheerrapport is verbonden aan de hoeveelheid uit te graven bodem, het al dan niet verdacht zijn van de uitgegraven bodem en van het feit dat de bodem terug ter plaatse gebruikt kan worden (Wanneer moet ik een technisch verslag laten opmaken?).
De bodemsaneringsnormen in landbouwgebied zijn relatief gezien laag. Door uitgegraven bodem in landbouwgebied te gebruiken, bestaat steeds het gevaar dat je een nieuwe bodemverontreiniging veroorzaakt.
Ook al is er in bepaalde gevallen geen technisch verslag en bodembeheerrapport verplicht, toch raadt de OVAM je aan minstens 1 analyse op de uitgegraven bodem uit te voeren. Zo krijg je een idee van de kwaliteit van de uitgegraven bodem, en kun je voorkomen dat je een nieuwe bodemverontreiniging veroorzaakt.

- Is voor het ruimen van beken en het deponeren ruimingspecie op oever een bodembeheerrapport nodig?
Bagger- en ruimingspecie is opgenomen in de VLAREA-lijst. Voor het gebruik van bagger en ruimingspecie verwijzen we naar het VLAREA. Uitgezonderd voor het uitspreiden van bagger en ruimingspecie op de oevers, volgens de bepalingen opgenomen in het VLAREA, is een gebruikscertificaat verplicht. Een gebruikscertificaat moet je bij de OVAM via een aangetekend schrijven aanvragen. Hiervoor gebruik je het standaardformulier. 
- In hoofdstuk 13 van het Vlarebo verwijst men naar de codes van goede praktijk. Wat zijn deze codes precies en waar kan ik deze vinden?
Artikel 2 29° van het decreet betreffende bodemsanering en bodembescherming omschrijft de Codes van goede praktijk als "door de OVAM aanvaarde geschreven en publiek toegankelijke regels met betrekking tot de activiteiten en maatregelen vermeld in dit decreet.".
Het zijn regels met betrekking tot het uitvoeren van onderzoeken, het nemen van monsters en het analyseren van monsters, het uitvoeren van grondwerken met inbegrip van de bij de betrokken beroepscategorieën algemeen aanvaarde regels van goed vakmanschap". De Codes van goede praktijk voor het werken met uitgegraven bodem vind je op deze website onder technische informatie (Codes)

|
 |  | Grondverzet op de plaats van uitgraving- Hoe ga ik praktisch te werk indien geen technisch verslag noodzakelijk is?
Als er geen technisch verslag nodig is, kun je volgende stappen zetten:
- Neem contact op met een grondwerker, een aannemer, een architect,....
- Bespreek de specifieke situatie.
- Vraag prijs voor de ontgraving. Wanneer de bodemkwaliteit onzeker is, zal dit zijn prijs hebben. Voor bodem met een goede kwaliteit hoort de kostprijs lager te zijn; voor bodem met een slechte kwaliteit is het logisch dat de prijs oploopt.
- Vergelijk de prijzen per ton of per kubiek. 1 kubiek komt ongeveer overeen met 1,5 ton.
- De aannemer/vervoerder zal je waarschijnlijk een document laten ondertekenen met een verklaring dat het een niet verdachte grond betreft en dat je redelijkerwijze al het mogelijke ondernomen hebt om dit uit te zoeken.
- Laat de werken uitvoeren.
- Houd alle gegevens bij: volume afgraving, tijdstip afgraving, aantal afgevoerde vrachtwagens, ...

- Hoe ga ik praktisch te werk indien technisch verslag en bodembeheerrapport noodzakelijk zijn?
Als een technisch verslag en bodembeheerrapport wel noodzakelijk zijn, zet je volgende stappen:
- Contacteer architect, aannemer, erkende bodemsaneringsdeskundige, erkende bodembeheerorganisatie, ... voor concrete info.
- Informeer je eventueel via de OVAM website over de Codes van goede praktijk voor het werken met uitgegraven bodem (Codes).of zoek bij de veel gestelde vragen.
- Laat een technisch verslag opstellen door de erkende bodemsaneringsdeskundige.
- Stuur eventueel je bouwplannen bij in functie van de gerapporteerde bodemkwaliteit. Het kan voordeliger zijn licht verontreinigde bodem ter plaatse te gebruiken als bodem of als bouwstof.
- Stuur het technisch verslag op naar een erkende bodembeheerorganisatie. Deze instantie spreekt zich uit over de volledigheid van het technisch verslag. (zie vraag Wat moet ik met het technisch verslag doen?).
- Stel het bestek op uitgaande van de gegevens uit het technisch verslag. Informatie over de bodemkwaliteit laat de aannemer toe de prijs exacter te bepalen.
- Zoek in samenspraak met de architect en de aannemer een plaats van bestemming voor de uitgegraven bodem.
- Besteed de opdracht aan.
- Wijs de opdracht toe.
- Bezorg administratieve en andere noodzakelijke gegevens aan de erkende bodembeheerorganisatie (erkende tussentijdse opslagplaats of erkende grondreinigingscentrum): naam en adres van de aannemer en de vervoerder, definitief afgravingsplan, plaats bestemming uitgegraven bodem,...
- Laat de werken uitvoeren.
- Laat de uitgegraven bodem afvoeren aan de hand van vrachtbrieven.

- Bij de bouw van mijn huis moet ik minder dan 250 m³ bodem uitgraven op een niet verdachte grond. Een deel van de uitgegraven bodem zal ik opnieuw op mijn terrein gebruiken. De rest wil ik afvoeren. Wat moet ik allemaal doen?
Graaf je minder dan 250 m³ grond uit op een niet verdachte grond, dan legt de regelgeving geen onderzoeken op. Dit wil zeggen: geen bemonstering en geen analyses. Je kan de uitgegraven bodem opnieuw gebruiken op je eigen terrein of je kan ze laten afvoeren door een aannemer. Als je de bodem buiten je terrein laat afvoeren, moet je iemand zoeken die de bodem wil gebruiken. Anderzijds kan je in de offertevraag bepalen dat de aannemer eigenaar wordt van de uitgegraven bodem.
Om duidelijkheid te scheppen is het aangewezen dat je als bouwheer een verklaring opstelt of laat opstellen. Hierin kan je bevestigen dat je de nodige informatie ingewonnen hebt om aan te nemen dat het om een niet verdachte grond gaat en dat de uit te graven hoeveelheid minder dan 250 m³ bedraagt. Je kan hiervoor het formulier 'Verklaring voor gebruik van niet verdachte uitgegraven bodem -250m³' gebruiken. Het gebruik van dit formulier is niet verplicht.
Voor de uitgegraven bodem die je opnieuw op het terrein zelf gebruikt, moet je zorgen dat er op volumebasis minder dan 1,0 % bodemvreemde materialen, zoals plastic in voorkomen. Bij het inschatten van die 1,0 % moet je geen rekening houden met stenen. Als de bodem meer bodemvreemde materialen bevat, moet je die eerst afzeven.
Voer je de uitgegraven bodem af buiten de kadastrale werkzone, dan mag het gehalte aan stenen niet meer dan 5 % bedragen op gewichtsbasis én mag het gehalte aan andere bodemvreemde materialen niet meer dan 1,0 % bedragen op volumebasis. Indien dit niet zo is, moet je ook hier de bodem eerst (laten) zeven zodat je stenen en andere bodemvreemde materialen apart kunt afvoeren.

- Bij de bouw van mijn huis moet ik meer dan 250 m³ uitgegraven bodem afvoeren. Wat moet ik allemaal doen?
Vóór de werken starten, laat je best de kwaliteit van de uit te graven bodem door een erkende bodemsaneringsdeskundige bepalen. Een lijst van erkende bodemsaneringsdeskundigen vind je op deze website. De erkende bodemsaneringsdeskundige neemt bodemstalen, laat deze analyseren op de meest voorkomende verontreinigende stoffen en rapporteert deze gegevens in een technisch verslag.
Vervolgens bezorgt hij dit technisch verslag aan een erkende bodembeheerorganisatie (zie vraag Wat moet ik met het technisch verslag doen?). De erkende bodembeheerorganisatie controleert de inhoud van het technisch verslag en levert een conformverklaring af voor het technische verslag. Ook een lijst van erkende bodembeheerorganisaties vind je terug op deze website.
Met conformverklaring van het technische verslag weet aan welke voorwaarden je moet voldoen om een bodem ergens anders te gebruiken en kan je een bestemming voor de uitgegraven bodem zoeken. Het is toegelaten de bodem tijdelijk te stockeren op een tussentijdse opslagplaats. Een verontreinigde bodem moet je vóór gebruik in een grondreinigingscentrum laten reinigen.
Is de kwaliteit van de uitgegraven bodem in overeenstemming met de kwaliteit van de grond op de bestemming, dan kan de uitgegraven bodem naar deze bestemming gevoerd worden. Hiervoor zal de erkende bodembeheerorganisatie een grondverzettoelating aan de aannemer afleveren. Na ontvangst van deze transporttoelating kan de aannemer de uitgegraven bodem vervoeren. Bij levering op de plaats van bestemming moet de aannemer een ontvangstverklaring aan de bodembeheerorganisatie overmaken. Deze ontvangstverklaring is de bevestiging dat de uitgegraven bodem op de plaats van bestemming geleverd is. Vervolgens levert de bodembeheerorganisatie een bodembeheerrapport af aan de aannemer. De aannemer zal dan op zijn beurt een kopie van dit bodembeheerrapport aan jouw moeten overmaken.
Het bodembeheerrapport attesteert dus het correcte gebruik van de uitgegraven bodem. Bovendien garandeert het bodembeheerrapport dat het transport van de uitgegraven bodem correct is verlopen.

- Bij de bouw van mijn loods moet ik minder dan 250 m³ bodem uitgraven op een verdachte grond. Ik gebruik alle uitgegraven bodem opnieuw op mijn eigen terrein. Wat behoor ik allemaal te doen?
Gebruik je alle uitgegraven bodem binnen dezelfde kadastrale werkzone, dan ben je niet verplicht om een technisch verslag op te maken. Wel moet je de uitgegraven bodem gebruiken volgens een code van goede praktijk voor het werken met uitgegraven bodem (Codes). Doelstelling van deze code is dat het grondverzet de bestaande bodemtoestand niet nadelig beïnvloedt.

- Bij de bouw van mijn huis moet ik meer dan 250 m³ uitgraven. De bodem die ik uitgraaf zal ik gedeeltelijk op mijn eigen terrein gebruiken en gedeeltelijk laten afvoeren. Wat ik laat afvoeren is minder dan 100 m³.
Graaf je meer dan 250 m³ bodem uit, dan moet je volgens de bepalingen van de nieuwe regelgeving de uit te graven bodem of uitgegraven bodem laten onderzoeken. De hoeveelheden die je afvoert of die je gebruikt op je eigen terrein spelen hierbij geen rol.

- Ik heb al een vijver, maar wil deze vijver uitdiepen. Wat moet ik doen?
Door het uitdiepen van een vijver zal je ruimingsspecie naar boven halen. Ruimingsspecie is een afvalstof. Voor het gebruik van ruimingspecie is een gebruikscertificaat verplicht, uitgezonderd voor het uitspreiden van de specie op de oevers.
Een gebruikscertificaat kan je bij de OVAM aanvragen. Hiervoor gebruik je het standaardformulier.

- Als ik minder dan 250 m³ niet-verdachte bodem uitgraaf, kan ik die dan sowieso overal gebruiken?
Is de uitgegraven bodem afkomstig van een uitgraving kleiner dan 250 m³ op een niet verdachte grond, dan is het technisch verslag en het bodembeheerrapport niet verplicht. Hierdoor is de kwaliteit van deze uitgegraven bodem niet gekend. We gaan er immers van uit dat de kans klein is dat bodemverontreiniging voorkomt op een niet verdacht terrein. Toch moet je bij het werken met uitgegraven bodem steeds rekening houden met volgende wettelijke bepalingen:
1. Algemene zorgvuldigheidsplicht uit het Burgerlijk Wetboek (artikel 1382-1383 B.W.). Dit is de algemene verplichting om geen schade te berokkenen aan derden door handelingen die niet stroken met de gedragslijn die ieder normaal zorgvuldig persoon aan de dag moet leggen.
2. Bepalingen van het Bodemsaneringsdecreet Het onoordeelkundige en niet-reglementaire gebruik van uitgegraven bodem kan aanleiding geven tot nieuwe bodemverontreiniging, met daaruit voortvloeiende een verplichting op grond van het Bodemsaneringsdecreet om over te gaan tot bodemsanering. Onverminderd deze zelfstandige administratieve saneringsplicht is degene die de nieuwe bodemverontreiniging heeft veroorzaakt aansprakelijk voor de kosten van de bodemsanering (objectieve aansprakelijkheid).
Ook al is er in bepaalde gevallen geen technisch verslag en bodembeheerrapport verplicht, raadt de OVAM toch aan minstens 1 analyse op de uitgegraven bodem uit te voeren. Zo krijg je een idee van de kwaliteit van de uitgegraven bodem, en kan je voorkomen dat je een nieuwe bodemverontreiniging veroorzaakt.

- Bij de opmaak van het technisch verslag stelde de erkende bodemsaneringsdeskundige vast dat verschillende bodemkwaliteiten in mijn grond voorkomen. Moet ik die afzonderlijk laten afvoeren? Hoe gebeurt dit?
Graaf je meer dan 250 m³ bodem uit, dan moet je een technisch verslag laten opstellen. In dit technisch verslag kan de erkende bodemsaneringsdeskundige bijvoorbeeld vaststellen dat de oppervlaktelaag een andere kwaliteit heeft dan de onderliggende lagen of dat de ene zijde van de uitgraving een andere kwaliteit heeft dan de andere zijde.
Op basis van de analyseresultaten stelt de bodemsaneringsdeskundige een zoneringsplan op. In dit zoneringsplan zijn de verschillende zones met de respectieve bodemkwaliteiten weergegeven. Dit zoneringsplan maakt deel uit van het technisch verslag.
Op basis van het zoneringsplan kan de aannemer de verschillende bodemkwaliteiten selectief afgraven. Iedere bodemkwaliteit wordt dan overeenkomstig het bodembeheerrapport naar een correcte plaats van bestemming gevoerd.

- Wat verstaat men onder gebruik ter plaatse?
Bij leidingwerken (bv. bij aanleg van of herstelwerken aan nutsleidingen, pijpleidingen en rioleringen) en bij het herstel van dijkprofielen wordt veel uitgegraven bodem ter plaatse opnieuw wordt gebruikt om de sleuf aan te vullen. De afvoer van uitgegraven bodem voor gebruik op een andere locatie is hier in het algemeen beperkt in relatie tot het totale volume uitgegraven bodem. Bij het gebruik van de bodem ter plaatse wordt de uitgegraven bodem min of meer op dezelfde plaats wordt teruggelegd.

- Wat is er speciaal aan het gebruik van uitgegraven bodem binnen een zone voor gebruik ter plaatse?
Het begrip 'zone voor het gebruik ter plaatse' is enkel van belang bij leidingwerken (bv. bij aanleg van of herstelwerken aan nutsleidingen, pijpleidingen en rioleringen) en het herstel van dijkprofielen waarbij de bodem uitgegraven min of meer op dezelfde plaats wordt teruggelegd is de kans op het verspreiden van een eventueel voorkomende bodemverontreiniging minimaal.
Aangezien er bij het ter plaatse gebruik van de uitgegraven bodem, onafhankelijk van het volume uitgegraven bodem, geen technisch verslag moet opgesteld worden, is deze speciale regeling enkel van toepassing op specifieke grondwerken waarbij de uitgegraven bodem volgens een code van goede praktijk op of nabij dezelfde plaats en onder dezelfde condities in dezelfde toepassing wordt teruggebracht.

- Hoe baken ik een zone voor gebruik ter plaatse af?
De afbakening is zodanig vastgelegd dat de zone voor het gebruik ter plaatse voldoende ruim is om de praktische uitvoerbaarheid van die grondwerkzaamheden te garanderen. De grenzen van de zone voor het gebruik ter plaatse zodanig zijn dat een eventuele verspreiding van verontreinigde bodem tot een minimum beperkt blijft en dat schade aan derden vermeden wordt. Verdere richtlijnen zijn te vinden in de code van goede praktijk voor de afbakening van een zone voor gebruik ter plaatse.

- Ik voer grondwerken uit en ik hergebruik alle uitgegraven bodem binnen mijn kadastraal perceel. Valt dit altijd onder het gebruik ter plaatse?
Neen. Het gebruik van uitgegraven bodem als bodem binnen de zone voor het gebruik ter plaatse is enkel van toepassing voor leidingwerken (bv. bij aanleg van of herstelwerken aan nutsleidingen, pijpleidingen en rioleringen) en voor het herstel van dijkprofielen.

|
 |  | Grondverzet op de plaats van bestemming van de bodem- Ik wil een put graven, maar ik wil mijn terrein ophogen. Wat moet ik doen in het kader van het grondverzet?
De regelgeving van het grondverzet legt vooral bodemonderzoeken op aan de bron, dit is de plaats waar we bodem uitgraven. Op de plaats van aanvoer van bodem is het in het algemeen niet nodig de kwaliteit ervan opnieuw te onderzoeken, ongeacht de hoeveelheid die je aanvoert. Enkel wanneer de aangevoerde bodem van mindere kwaliteit is, kan het soms noodzakelijk zijn om een studie van de ontvangende grond uit te voeren. Bodem van mindere kwaliteit mag je immers enkel gebruiken op een ontvangende grond die ook al van mindere kwaliteit is.
Als je bodem aanvoert volgens de regeling, kan je ervan op aan dat je de bodem op die plaats ook kan gebruiken. Afhankelijk van de hoeveelheid en de plaats waar de uitgraving plaats vindt, zijn er voor de aanvoer van de uitgegraven bodem documenten van een erkende bodembeheerorganisatie, een erkende tussentijdse opslagplaats (enkel voor de bodem die daar verhandeld wordt) of een erkend grondreinigingscentrum nodig.. In elk geval gebeurt het transport van de bodem met een grondverzettoelating en met transportdocumenten. De aannemer die de werken uitvoert moet dus deze documenten kunne voorleggen.
Als de bodem dan uiteindelijk op een nieuwe plaats is gebruikt, zal een erkende bodembeheerorganisatie een bodembeheerrapport afleveren. Dit rapport bevestigt formeel dat de uitgegraven bodem op een correcte manier op is voor deze bestemming gebruikt is. De bodembeheerorganisatie geeft dit document af aan de uitvoerder van de grondwerken. Die moet op zijn beurt een kopie van het bodembeheerrapport aan de bouwheer op de plaats van bestemming afgeven.
In sommige gevallen is de uitgegraven bodem afkomstig van een uitgraving kleiner dan 250 m³ op een niet verdachte grond. Het technisch verslag en het bodembeheerrapport zijn dan niet verplicht. In dit geval zal je de kwaliteit van de uitgegraven bodem niet kennen. We veronderstellen dan dat die bodem niet verontreinigd is omdat hij van een niet verdachte grond afkomstig is.
Ook al is er in bepaalde gevallen geen technisch verslag en bodembeheerrapport verplicht, toch raadt de OVAM aan minstens 1 analyse op de aangevoerde bodem uit te voeren. Zo krijg je een idee van de kwaliteit van de bodem, en kan je voorkomen dat je een nieuwe bodemverontreiniging veroorzaakt.
De OVAM raadt je eveneens aan bij de opmaak van het bestek of de offerte de gewenste bodemkwaliteit vast te leggen.

- Waar moet ik op letten als ik bodem laat aanvoeren?
Is de uitgegraven bodem afkomstig van een uitgraving kleiner dan 250 m³ op een niet verdachte grond, dan zijn het technisch verslag en het bodembeheerrapport niet verplicht. Hierdoor is de kwaliteit van deze uitgegraven bodem niet gekend. Daarom raadt de OVAM aan bij de opmaak van het bestek of de offerte de gewenste bodemkwaliteit vast te leggen of minstens te stellen dat de aangevoerde bodem geen bodemverontreiniging mag veroorzaken.
Als de bodem afkomstig is van een ontgraving groter dan 250 m³ of van een verdachte grond, dan zal het transport steeds vergezeld zijn van documenten van een erkende organisatie. Eens de bodem ter plaatse is, zal deze erkende bodembeheerorganisatie een bodembeheerrapport afleveren.
Het bodembeheerrapport biedt aan de ontvanger van de uitgegraven bodem en aan de aannemer rechtszekerheid. Het bodembeheerrapport geeft de garantie dat de uitgegraven bodem juridisch en milieuhygiënisch een correcte toepassing vindt. Het bodembeheerrapport geeft dus de zekerheid dat de aangevoerde bodem op de juiste plaats van bestemming is terechtgekomen. Bovendien garandeert het bodembeheerrapport dat het transport van de uitgegraven bodem correct is verlopen.
Indien je een contract afsluit met een aannemer voor uitgegraven bodem te laten aanvoeren kun je best in dit contract laten opnemen dat de aannemer voor de aanvoer van de grond in orde moet zijn met de wettelijke bepalingen.

- Wanneer moet ik een studie ontvangende grond laten uitvoeren?
In bepaalde gevallen moet je als bouwheer, eigenaar of gebruiker op de plaats van bestemming een studie van de ontvangende grond laten uitvoeren. Enkel een erkende bodemsaneringsdeskundige kan zo'n studie uitvoeren. De studie moet aantonen dat de plaats van bestemming een minder goede bodemkwaliteit heeft dan de aangevoerde bodem. Bovendien mag bij het aanvaarden van de uitgegraven bodem geen bijkomend risico voor mens en milieu optreden.
Wanneer een studie van de ontvangende grond precies nodig is, is afhankelijk van de kwaliteit van de aan te voeren bodem. In de praktijk komt het er op neer dat je een dergelijke studie enkel moet laten uitvoeren als de aangevoerde uitgegraven bodem met één of meerdere stoffen aangerijkt is en als de uitgegraven bodem een toepassing krijgt als bodem. Bij toepassingen van bodem in of als bouwstof is een studie in geen enkel geval nodig.
Het spreekt voor zich dat de studie van de ontvangende grond niet gratis is. Zo'n studie is dan ook enkel zinvol indien het vermoeden bestaat dat de bodem op de plaats van bestemming van een mindere kwaliteit is én de kosten van de studie opwegen tegen de baten van de - goedkopere - uitgegraven bodem van mindere kwaliteit. In de praktijk is dit enkel het geval bij grotere projecten.
Als bouwheer, eigenaar en/of gebruiker van de ontvangende grond kan je best eerst te rade gaan bij je architect, een bodemsaneringsdeskundige of een bodembeheerorganisatie vooraleer je de opdracht voor een dergelijke studie geeft.
In de studie van de ontvangende grond wordt dit duurzaam gebruik van de uitgegraven bodem aangetoond. Bij de evaluatie van het duurzaam gebruik van de uitgegraven bodem worden de volgende elementen in rekening gebracht:
- het effect van de voorgestelde gebruik op de menselijke gezondheid en de veiligheid;
- het effect van de voorgestelde gebruik op de onderliggende bodem;
- de mate waarin het gebruik rekening houdt met relevante sociale en economische aandachtspunten en andere plaatsgebonden factoren;
- de milieubaten;
- de mate waarin het gebruik de doelstelling van de bodemsanering realiseert;
- de kosten voor het voorgestelde gebruik.
Het spreekt voor zich dat er in voorzien moet worden dat de eigenaar van de ontvangende grond kan bepalen om al dan niet aangerijkte uitgegraven bodem te gebruiken.

- Wie ontvangt de uitgegraven bodem?
De regeling geeft bescherming aan de 'ontvanger' van de uitgegraven bodem. Op de ontvangende bodem mag geen bodemverontreiniging bijkomen.
Ontvangers van bodem zijn:
- een particulier die een oprit aanlegt of zijn tuin ophoogt;
- een waterlopenbeheerder die grote dijkwerken laat uitvoeren of oevers aanlegt;
- een natuurbeheerder die heuvels herstelt of bermen aanlegt;
- een landbouwer die zijn akkers ophoogt of grachten aanlegt;
- een bedrijf dat de fabrieksterreinen nivelleert of ophoogt;
- een uitbater van een vergunde groeve of graverij, met als doel de put op te vullen
- ...

|
 |  | Normen en gebruiksmogelijkheden- Op welke manier kan ik uitgegraven bodem hergebruiken?
Uitgegraven bodem kan niet alleen gebruikt worden als bodem, maar ook als grondstof in bouwwerken of in producten. In dat geval is in de nieuwe grondverzetregeling sprake van het gebruik van bodem als bouwkundig bodemgebruik of vormvast product. Bijvoorbeeld het gebruik van zand als funderingszand en bij de aanmaak van beton, en het gebruik van klei en leem voor de aanmaak van keramische producten en bakstenen.

- Wat moet ik verstaan onder bouwkundig bodemgebruik?
Uitgegraven bodem kan gebruikt worden als grondstof in bouwwerken of in producten. In dat geval is in de nieuwe grondverzetregeling sprake van het gebruik van bodem als bouwkundig bodemgebruik of vormvast product. Bijvoorbeeld het gebruik van zand als funderingszand en bij de aanmaak van beton, en het gebruik van klei en leem voor de aanmaak van keramische producten en bakstenen.

- Wat verstaan we onder vrij gebruik van bodem als bodem?
Uitgegraven bodem die voldoet aan de waarde voor vrij gebruik (bijlage V van het VLAREBO), mag je vrij gebruiken, zowel binnen als buiten de kadastrale werkzone of in bouwkundige en vormvaste toepassingen.
Uitgegraven bodem die voldoet aan 80% van de bodemsaneringsnorm van het bestemmingstype, mag je binnen de kadastrale werkzone vrij gebruiken.

- Kan ik uitgegraven bodem met concentraties aan verontreinigende stoffen hoger dan de waarden voor vrij gebruik (bijlagen V van het VLAREBO) nergens meer gebruiken?
Uitgegraven bodem die niet voldoet aan de waarde voor vrij gebruik (bijlage V van het VLAREBO), mag je nog gebruiken als bodem buiten de kadastrale werkzone gebruiken, op voorwaarde dat:
- de concentraties van alle parameters in de ontvangende grond hoger zijn dan de concentraties van alle parameters in de uitgegraven bodem;
- de concentraties van alle parameters in de uitgegraven bodem lager zijn dan 80 % van de bodemsaneringsnorm van de ontvangende grond;
- de concentraties van alle parameters in de uitgegraven bodem lager zijn dan de bodemsaneringsnorm voor een bestemmingstype III
- het gebruik van de uitgegraven bodem geen aanleiding kan geven tot bijkomende grondwaterverontreiniging.
Uitgegraven bodem die niet voldoet aan de waarde voor vrij gebruik (bijlage V van het VLAREBO), maar wel aan de waarden van bijlage VI en VII komt ook in aanmerking voor bouwkundig bodemgebruik of gebruik in een vormvast product.

- Om aan te tonen dat deze voorwaarden vervuld zijn, is een studie van de ontvangende grond noodzakelijk.
Uitgegraven bodem die voldoet aan 80% van de bodemsaneringsnorm van het bestemmingstype, mag je binnen de kadastrale werkzone vrij gebruiken.
Uitgegraven bodem die niet voldoet aan 80% van de bodemsaneringsnorm van het bestemmingstype, mag je binnen de kadastrale werkzone gebruiken, op voorwaarde dat je werkt volgens de codes van goede praktijk voor het werken met uitgegraven bodem (Codes). In veel gevallen zal hiervoor een studie van de ontvangende grond noodzakelijk zijn.

- Kan ik uitgegraven bodem gebruiken als funderingszand?
Ja. Als de uitgegraven bodem milieuhygiënisch aan een aantal voorwaarden voldoet en de uitgegraven bodem is bouwtechnisch geschikt, dan is het gebruik van de bodem als funderingszand mogelijk.
In deze gevallen moet de uitgegraven voldoen aan de voorwaarden voor bouwkundig bodemgebruik.
Uitgegraven bodem komt voor bouwkundig bodemgebruik in aanmerking op voorwaarde dat:
- de concentraties van alle parameters in de uitgegraven bodem lager zijn dan de waarden vermeld in bijlage VI;
- de uitloog van de metalen bepaald met de éénstapschudtest is lager dan de waarden van bijlage VII van het VLAREBO.

- Kan ik uitgegraven bodem gebruiken om bakstenen of betonblokken van te maken?
Ja. Als de uitgegraven bodem milieuhygiënisch aan een aantal voorwaarden voldoet en de uitgegraven bodem is bouwtechnisch geschikt, dan is het gebruik van de bodem in bakstenen of in betonblokken toegestaan. In deze gevallen moet de uitgegraven voldoen aan de voorwaarden voor bouwkundig bodemgebruik of gebruik in een vormvast product. Uitgegraven bodem komt voor bouwkundig bodemgebruik in aanmerking op voorwaarde dat:
- de concentraties van alle parameters in de uitgegraven bodem lager zijn dan de waarden vermeld in bijlage VI;
- de uitloog van de metalen bepaald met de éénstapschudtest is lager dan de waarden van bijlage VII van het VLAREBO.

- Wanneer moet ik uitgegraven bodem laten reinigen?
Uitgegraven bodem die de bodemsaneringsnormen van bijlage IV voor bestemmingstype III (woongebied) overschrijdt moet vóór het gebruik als bodem worden gereinigd en dit volgens de beste beschikbare technieken. Uitgegraven bodem die de waarden van bijlage VI overschrijdt moet vóór het bouwkundig bodemgebruik of het gebruik als vormvast product worden gereinigd en dit volgens de beste beschikbare technieken.
Als ook bouwkundig bodemgebruik of gebruik in een vormvast product niet mogelijk is, moet op grond van de nieuwe regeling de uitgegraven bodem gereinigd worden en indien reiniging niet mogelijk is moet ze naar een vergunde stortplaats afgevoerd worden.
Er geldt een reinigingsverplichting voor alle uitgegraven bodem die de waarden van bijlage VI overschrijdt. Is de uitgegraven bodem niet reinigbaar, dan moet de bodem naar een stortplaats afgevoerd worden (artikel 168, §2, 3°).
Bevat de uitgegraven bodem te veel stenen en steenachtigen (meer dan 5 % op gewichtsbasis) en/of ander afval (meer dan 1,0% andere bodemvreemde materialen), dan moet je deze stenen en/of afval van de bodem (laten) scheiden.

- Kan ik als particulier met een kleine hoeveelheid verontreinigde bodem naar een containerpark?
Neen. Een containerpark mag enkel welbepaalde huishoudelijke afvalstoffen inzamelen. De lijst van huishoudelijke afvalstoffen is opgenomen in artikel 5.2.2.1 van het VLAREM. Verontreinigde bodem is niet opgenomen in deze lijst.
Voor het verwijderen van deze verontreinigde bodem, kun je een beroep doen op een erkende ophaler. Op de OVAM website vind je bij ophalers-verwerkers lijsten met ophalers gevaarlijk afval en lijsten met vergunde inrichtingen met als hoofdactiviteit grondreiniging.
Sommige containerparken aanvaarden, samen met het bouw- en sloopafval of samen met het groenafval, wel beperkte hoeveelheden (niet verontreinigde) aarde of teelaarde. Andere containerparken aanvaarden helemaal geen aarde of teelaarde. Het is de gemeente die het reglement opmaakt over de organisatie van het containerpark en over de aanvaardingsvoorwaarden van de stoffen op het containerpark. Je zult dus zelf moeten nagaan of uw containerpark al dan niet uitgegraven bodem aanvaardt.

- Wanneer moet uitgegraven bodem naar de stortplaats?
Verontreinigde uitgegraven bodem die niet reinigbaar is, en waar we geen nuttige bestemming voor vinden, moet naar de stortplaats. Voor het storten van verontreinigde bodem moet je uiteraard de stortkosten betalen. Indien je echter volgens de procedure niet-reinigbaarheid kan aantonen dat de uitgegraven bodem niet reinigbaar is, moet je geen bijkomende milieuheffing betalen.
- Mag ik uitgegraven bodem gebruiken om een put of groeve op te vullen?
Ja. De uitgegraven bodem die gebruikt wordt voor de opvulling van een vergunde groeve of graverij moet aan de voorwaarden voldoen die zijn opgenomen in de milieuvergunning. Conform die bepalingen kan, behalve voor de bovenste laag van 120 cm, in de milieuvergunning van de waarden voor vrij gebruik van uitgegraven bodem voor groeven, graverijen, uitgravingen of andere putten, ingedeeld in bestemmingstype I, II en III, afgeweken worden tot maximaal 80 % van de overeenstemmende bodemsaneringsnormen van het overeenkomstige bestemmingstype. Voor groeven, graverijen, uitgravingen of andere putten, ingedeeld in bestemmingstype IV en V, kan dit tot maximaal de waarden van bijlage IV (bodemsaneringsnormen) die gelden voor het vaste deel van de aarde in bestemmingstype III. Door middel van een studie, uitgevoerd door een bodemsaneringsdeskundige volgens een code van goede praktijk, moet het bewijs worden geleverd dat het gebruik van de uitgegraven bodem als bodem geen verontreiniging van het grondwater kan veroorzaken en dat mogelijke blootstelling aan de verontreinigde stoffen geen extra risico oplevert. Hierbij wordt rekening gehouden met de studies waarbij op basis van de hydrogeologische gegevens en de oplosbaarheidkarakteristieken van de verschillende stoffen kan worden nagegaan in hoeverre uitloging kan optreden uit de uitgegraven bodem die in de groeve gebruikt wordt. Per individuele groeve, graverij, uitgraving of andere put en per individuele stof bepaalt een studie in functie van de uitloogbaarheid, een maximale waarde van aanrijking waaraan de aangevoerde grond moet voldoen. Het bodembeheerrapport moet erover waken dat de aangevoerde uitgegraven bodem voldoet aan de opgelegde voorwaarden uit de studie.

- De uitgegraven bodem bevat meer dan 5% stenen of stenen die groter zijn dan 5 cm. Wat moet ik doen en wat legt de regelgeving op?
Eerst moet je nagaan of de stenen van natuurlijke oorsprong zijn. Voor stenen die van natuurlijke oorsprong zijn, legt de regelgeving geen beperkingen op.
Voor stenen die niet van natuurlijke oorsprong (vb. gebroken bakstenen), moet je nagaan waar je de bodem met de stenen zal gebruiken.
Gebruik je de bodem met de stenen als bodem binnen de kadastrale werkzone of een zone voor gebruik ter plaatse , dan legt de regeling geen beperkingen op de hoeveelheid stenen of steenachtige materialen op.
Voer je de uitgegraven bodem af en gebruik je de bodem met de stenen als bodem buiten de kadastrale werkzone als bodem, dan moet je in ieder geval alle stenen groter dan 5 cm er uitzeven. Bijkomend moet je ook andere stenen er uitzeven totdat de bodem minder dan 5 gewichtsprocent stenen bevat. Wordt de uitgegraven bodem in een bouwkundige toepassing gebruik kan legt de regeling geen beperkingen op de hoeveelheid stenen of steenachtige materialen op.
In de nieuwe regeling (artikel 162) blijft de bepaling behouden uit de vroegere grondverzetregeling die stelde dat uitgegraven bodem slechts als bodem gebruikt kan worden onder de volgende cumulatieve voorwaarden:
- het gehalte aan stenen is lager dan 5 massaprocent;
- de stenen zijn kleiner dan 50 millimeter;
- het gehalte aan bodemvreemde materialen is lager dan één massa- en volumeprocent.
Uiteraard moet de bodem ook aan de andere voorwaarden voor gebruik voldoen.

- De uitgegraven bodem bevat meer dan 1% bodemvreemde materialen. Wat moet ik doen en wat legt de regelgeving op?
Bodemvreemde materialen, andere dan stenen, zijn bijvoorbeeld: glas, plastic, metaal, papier, houten planken, ...
In alle gevallen, behalve bij het gebruik ter plaatse moet je het bodemvreemd materiaal uitzeven totdat de bodem minder dan 1 gewichts- en volumeprocent bodemvreemde materialen bevat.
Uiteraard moet de bodem eveneens aan de andere voorwaarden voor gebruik voldoen.

- Wat moet ik verstaan onder bouwkundig bodemgebruik?
Uitgegraven bodem kan gebruikt worden als grondstof in bouwwerken of in producten. In dat geval is in de nieuwe grondverzetregeling sprake van het gebruik van bodem als bouwkundig bodemgebruik of vormvast product. Bijvoorbeeld het gebruik van zand als funderingszand en bij de aanmaak van beton, en het gebruik van klei en leem voor de aanmaak van keramische producten en bakstenen.
De uitgegraven bodem moet concentratie bevatten die lager zijn dan de opgenomen in bijlage VI en VII van de VLAREBO. Belangrijk is dat de uitloogbaarheid van de uitgegraven bodem gemeten wordt met een éénstapsschudtest en niet meer met de kolomproef.

- De uitloogbaarheid van de bodem voldoet niet aan bijlage VII?
Een uitzonderingsbepaling laat in dit dus toe dat stalen die niet voldoen aan de voorwaarde van uitloogbaarheid gemeten met de éénstapsschudtest, maar wel voldoen aan voorwaarde van uitloogbaarheid gemeten met de kolomproef alsnog voor bouwkundig bodemgebruik in aanmerking genomen kunnen worden. De bepaling van de uitloogbaarheid van zware metalen en metalloïden voor gebruik van afvalstoffen in of als bouwstof gebeurt conform VLAREA met de kolomproef en de uitloogbaarheid moet voldoen aan de voorwaarden van de VLAREA. Om deze bodem te gebruiken moet men bijkomend toestemming vragen aan de OVAM.
Het tweede uitzonderingsgeval betreft de situatie waarbij de uitgegraven bodem onder een waterondoorlatende afscherming gebruikt wordt en boven de grondwatertafel. In die gevallen kan de bodem immers nooit uitlogen. Het gebruik van uitgegraven bodem die niet voldoet aan de waarden van bijlage VII kan alsnog in overweging genomen worden indien in het technische verslag wordt aangetoond dat de uitgegraven bodem op duurzame wijze wordt gebruikt. Bij de evaluatie van het duurzaam gebruik van de uitgegraven bodem worden de volgende elementen in rekening gebracht:
- het effect van de voorgestelde gebruik op de menselijke gezondheid en de veiligheid;
- het effect van de voorgestelde gebruik op de onderliggende bodem;
- de mate waarin het gebruik rekening houdt met relevante sociale en economische aandachtspunten en andere plaatsgebonden factoren;
- de milieubaten;
- de mate waarin het gebruik de doelstelling van de bodemsanering realiseert;
- de mate waarin bij de uitvoering van deze techniek onbedoelde schade kan optreden;
- de kosten voor het voorgestelde gebruik.

- Wanneer spreekt men van bouwkundig bodemgebruik en gebruik in een vormvast product?
In de grondverzetregeling wordt bepaald dat de Vlaamse minister bevoegd voor leefmilieu een lijst opstelt van niet-vormvaste en vormvaste toepassingen voor het gebruik van uitgegraven bodem voor bouwkundig bodemgebruik (artikel 171). In deze lijsten is éénduidig omschreven welke toepassingen en producten in aanmerking komen, zodat duidelijkheid en rechtszekerheid gecreëerd wordt.
Bij de afweging of uitgegraven bodem in aanmerking kan komen voor bouwkundig bodemgebruik of in een vormvast product, moet worden rekening gehouden met het geheel van constructieonderdelen die zowel milieuhygiënisch als bouwtechnisch de duurzaamheid van de constructie bepalen. Hiertoe behoren alle wezenlijke en noodzakelijke bestanddelen van de constructie zelf die gerealiseerd wordt, en ook alle onderdelen die bijdragen tot de realisatie en de bescherming van infrastructuuronderdelen tijdens en na de opbouw van de constructie. Voorbeelden van niet-vormvaste toepassingen zijn onder meer dijken, geluidswallen en wegfunderingen. Voorbeelden van vormvaste producten zijn onder meer keramische producten, bakstenen, betonelementen, aardewerk en vaste funderingen.

|
 |  | Grondverzet en vervoer van uitgegraven bodem- Welke vervoersdocumenten zijn nodig bij vervoer van bodem afkomstig van een uitgraving groter dan 250 m³?
Bij afvoer van de bodem naar een andere bouwplaats kun je de transportdocumenten van een erkende bodembeheerorganisatie gebruiken.
Bij afvoer van de bodem naar een tussentijdse opslagplaats kun je de transportdocumenten van de bodembeheerorganisatie of deze van de tussentijdse opslagplaats gebruiken. Indien je nog niet over een technisch verslag beschikt, moet je het transport van de af te voeren bodem steeds melden aan een erkende bodembeheerorganisatie.
Bij afvoer van verontreinigde bodem naar een grondreinigingscentrum moet je het identificatieformulier afvalstoffen (identificatieformulier) of een gelijkwaardig formulier gebruiken.
Gebruik je geen van bovenvermelde transportdocumenten, dan is bij het transport van bodem een CMR steeds vereist.

- Welke vervoersdocumenten zijn nodig bij vervoer van bodem afkomstig van een uitgraving kleiner dan 250 m³ op een niet verdachte?
Bij afvoer van uitgegraven bodem afkomstig van een niet verdachte grond en van een uitgraving kleiner dan 250 m³, zijn geen specifieke documenten verplicht. Bij het transport van bodem voor derden is echter steeds een CMR vereist.
Om bij een eventuele controle op de weg aan te tonen dat je aan deze voorwaarden voldoet, kan je de documenten "Verklaring voor gebruik van niet verdachte uitgegraven bodem -250m³' en 'Vervoer van niet verdachte uitgegraven bodem -250m³' gebruiken. Het gebruik van deze documenten is evenwel niet verplicht.

- Welke vervoersdocumenten zijn nodig bij vervoer van bodem afkomstig van verdachte grond?
Bij afvoer van de bodem naar een andere bouwplaats kun je de transportdocumenten van een erkende bodembeheerorganisatie gebruiken.
Bij afvoer van de bodem naar een tussentijdse opslagplaats kun je de transportdocumenten van de bodembeheerorganisatie of deze van de tussentijdse opslagplaats gebruiken. Indien je nog niet over een technisch verslag beschikt, moet je het transport van de af te voeren bodem steeds melden aan een erkende bodembeheerorganisatie.
Bij afvoer van verontreinigde bodem naar een grondreinigingscentrum moet je het identificatieformulier afvalstoffen (identificatieformulier) of een gelijkwaardig formulier gebruiken.
Gebruik je geen van bovenvermelde transportdocumenten, dan is bij het transport van bodem een CMR steeds vereist.

- Welke vervoersdocumenten zijn nodig bij vervoer van verontreinigde bodem?
Uitgegraven bodem die de bodemsaneringsnorm overschrijdt, moet gereinigd worden. Bij afvoer van verontreinigde bodem naar een grondreinigingscentrum moet je het identificatieformulier afvalstoffen (identificatieformulier) of een gelijkwaardig formulier gebruiken.

- Wat is de traceerbaarheidsperiode?
Welke documenten zijn nodig bij transport van bodem naar het buitenland?
Voor de grensoverschrijdende overbrenging van uitgegraven bodem moet je een kennisgevingsprocedure volgen, waarbij de betrokken autoriteiten hun toestemming moeten verlenen.
Bij transport van uitgegraven bodem naar het buitenland heb je een overbrengingsformulier en een kopie van het kennisgevingsformulier nodig. Deze documenten moet je bij de OVAM aankopen.
Voor meer details verwijzen we naar de “Handleiding voor grensoverschrijdende in- en uitvoer van afvalstoffen” op deze website.
Voor het gebruik van deze bodem in het buitenland, moet je eveneens voldoen aan de buitenlands wetgeving ter zake.

- Welke documenten zijn nodig bij aanvoer van bodem naar het buitenland?
Voor de grensoverschrijdende overbrenging van uitgegraven bodem moet je een kennisgevingsprocedure volgen, waarbij de betrokken autoriteiten hun toestemming moeten verlenen.
Bij transport van uitgegraven bodem naar het buitenland heb je een overbrengingsformulier en een kopie van het kennisgevingsformulier nodig. Deze documenten moet je bij de bevoegde autoriteit van het land van herkomst aankopen.
Voor meer details verwijzen we naar de "Handleiding voor grensoverschrijdende in- en uitvoer van afvalstoffen" op deze website
Voor het gebruik van deze geïmporteerde bodem, moet je eveneens voldoen aan de Vlaamse wetgeving. Is de geïmporteerde bodem afkomstig van een verdachte grond of van een uitgraving groter dan 250 m³, dan is eveneens een technisch verslag verplicht.

- Welke documenten zijn nodig bij het vervoer van bodem uit het buitenland?
Voor de grensoverschrijdende overbrenging van uitgegraven bodem moet je een kennisgevingsprocedure volgen, waarbij de betrokken autoriteiten hun toestemming moeten verlenen.
Bij transport van uitgegraven bodem naar het buitenland heb je een overbrengingsformulier en een kopie van het kennisgevingsformulier nodig. Deze documenten moet je bij de bevoegde autoriteit van het land van herkomst aankopen.
Voor meer details verwijzen we naar de “Handleiding voor grensoverschrijdende in- en uitvoer van afvalstoffen” op deze website.
Voor het gebruik van deze geïmporteerde bodem, moet je eveneens voldoen aan de Vlaamse wetgeving. Is de geïmporteerde bodem afkomstig van een verdachte grond of van een uitgraving groter dan 250 m³, dan is eveneens een technisch verslag, opgemaakt door een erkend bodemsaneringsdeskundige, verplicht.

- Welke documenten zijn nodig bij transport van bodem naar een ander gewest?
De in- en uitvoer van uitgegraven bodem van of naar Wallonië of Brussel is niet onderworpen aan de EEG richtlijn voor de overbrenging van afvalstoffen. Het transport van uitgegraven bodem dient wel vergezeld te zijn van een identificatieformulier voor afvalstoffen of een gelijkaardig document.
Voor het gebruik van deze bodem in het andere gewest, moet je eveneens voldoen aan de wetgeving ter zake. Voor het transport van uitgegraven bodem naar het Waalse gewest betekent dit onder andere dat je geregistreerd moet zijn bij de Office Wallon des Déchets.
Voor meer informatie:
Office Wallon des Déchets (OWD)
Direction de la protection des Sols
Avenue Prince de Liège 15
5100 Jambes
tel: 081/33 63 20 fax: 081/33 63 22
e-mail: J.Defoux@mrw.wallonie.be
http://mrw.wallonie.be
Brussels Instituut voor Milieubeheer (BIM)
Gulledelle 100
1200 Brussel
tel 02/775 75 11 fax: 02/775 76 11

- Welke documenten zijn nodig bij aanvoer van bodem uit ander gewest?
Is de uitgegraven bodem afkomstig van een niet verdachte grond en de uitgraving is kleiner dan 250 m³, dan zijn er in het kader van het grondverzet geen documenten verplicht. Om bij een eventuele controle op de weg aan te tonen dat je aan deze voorwaarden voldoet, raadt de OVAM aan de documenten “Verklaring niet verdachte grond“ en “Vervoerdocument uitgegraven bodem-niet verdacht” (formulieren) te gebruiken. Het gebruik van deze documenten is evenwel niet verplicht.
Bij vervoer van uitgegraven bodem afkomstig van een verdachte grond of van een uitgraving groter dan 250 m³ naar een werf of een andere gebruiksplaats moet je eveneens de vervoerdocumenten van een erkende bodembeheerorganisatie gebruiken. Bij vervoer van uitgegraven bodem naar een tussentijdse opslagplaats kan je de transportdocumenten van deze tussentijdse opslagplaats gebruiken.
Bij vervoer van verontreinigde bodem uit een ander gewest naar een grondreinigingscentrum moet je eveneens het identificatieformulier afvalstoffen (identificatieformulier) of een gelijkwaardig formulier gebruiken.

- Welke documenten zijn nodig voor de doorvoer van bodem van het Brussels hoofdstedelijk gewest naar het Waals gewest (en omgekeerd)?
Bij doorvoer van uitgegraven bodem over het Vlaamse gewest is het identificatieformulier afvalstoffen (identificatieformulier) of een gelijkwaardig formulier verplicht.

|
 |  | Grondverzet en opslag van uitgegraven bodem- Wanneer moet een tussentijdse opslagplaats een milieuvergunning aanvragen?
De exploitant van een permanente inrichting voor tijdelijke opslag van bodem (inrichtingen die langer dan 1 jaar in exploitatie zullen zijn), moet vanaf een bepaalde capaciteit een milieuvergunning aanvragen. De vergunningsvoorwaarden staan in rubriek 61 van het VLAREM beschreven.
Uiteraard moet je voor de andere VLAREM-rubrieken die op de opslagplaats van toepassing zijn eveneens een milieuvergunning hebben.

- Wanneer moet een tussentijdse opslagplaats een erkenning aanvragen?
Een tussentijdse opslagplaats die voor de door haar in ontvangst genomen bodem zelf een bodembeheerrapport wenst af te leveren, moet een erkenning aanvragen.
De erkenningsvoorwaarden zijn opgesomd in artikel 59 van het Vlarebo. De erkenningsprocedure is beschreven in artikel 60 en volgende van het Vlarebo.

- Mag ik uitgegraven bodem naar een niet-erkende tussentijdse opslagplaats voeren?
Ja.
Uitgegraven bodem mag je zowel naar een erkende als naar een niet erkende tussentijdse opslagplaats afvoeren. Het grote verschil tussen een erkende en een niet-erkende opslagplaats is dat een erkende tussentijdse opslagplaats voor de door haar in ontvangst genomen bodem zelf een bodembeheerrapport mag afleveren.

- Mag een aannemer/vervoerder uitgegraven bodem op zijn eigen terrein opslaan?
Ja.
Een aannemer/vervoerder mag uitgegraven bodem op zijn eigen terrein opslaan. Is de opslagcapaciteit groter dan 1000 m³, dan moet de aannemer/vervoerder rekening houden met de voorwaarden opgenomen in rubriek 61 van het Vlarem (zie vraag Wanneer moet een tussentijdse opslagplaats een erkenning aanvragen?).
In ieder geval is het steeds aangewezen de nodige bodembeschermende maatregelen te nemen. Zo kan het opslaan van eventueel verontreinigde bodem geen aanleiding geven tot het ontstaan van een bodemverontreiniging op de opslagplaats zelf.

- Moet een grondreinigingscentrum een milieuvergunning aanvragen?
Ja.
Een grondreinigingscentrum moet vergund zijn voor de verwerking van afvalstoffen (rubriek 2 Vlarem).
Een lijst van vergunde inrichtingen met als hoofdactiviteit grondreiniging vind je op deze website (databanken ophalers - verwerkers).

- Wanneer moet een tussentijdse opslagplaats een erkenning aanvragen?
Een grondreinigingscentrum die voor de door haar in ontvangst genomen en gereinigde bodem zelf een bodembeheerrapport wenst af te leveren, moet een erkenning aanvragen.
De erkenningsvoorwaarden zijn opgesomd in artikel 203 van het VLAREBO. De erkenningsprocedure is beschreven in artikel 204 en volgende van het VLAREBO.

- Mag verontreinigde uitgegraven bodem naar een niet-erkend grondreinigingscentrum gevoerd worden?
Ja.
Verontreinigde uitgegraven bodem mag je zowel naar een erkende als naar een niet erkend grondreinigingscentrum afvoeren. Het grote verschil is dat een erkend grondreinigingscentrum voor de door haar in ontvangst genomen en gereinigde bodem zelf een bodembeheerrapport mag afleveren.

- Mag een aannemer of vervoerder die een voorraad opbouwt met verschillende partijen afkomstig van uitgravingen kleiner dan 250 m³ op een niet verdachte bodem, deze uitgegraven bodem afvoeren zonder technisch verslag en zonder bodembeheerrapport?
Afhankelijk van het opgeslagen volume moet er wel of niet een technisch verslag opgemaakt worden
De verplichting tot het opmaken van een technisch verslag is in eerste instantie verbonden met de oorspronkelijke plaats van uitgraving. Deze verplichting geldt pas bij een uitgraving groter dan 250 m³ of bij een uitgraving op een verdachte grond. Partijen uitgegraven bodem waarvoor geen technisch verslag verplicht is kun je naar een opslagplaats voeren, mag je nadien zonder technisch verslag en zonder bodembeheerrapport verder vervoeren naar een plaats van gebruik voeren. Voor deze transporten zijn geen transportdocumenten verplicht.
Op deze website is een formulier beschikbaar, waarbij de opdrachtgever van de uitgraving kan verklaren dat de bodem afkomstig is van een uitgraving kleiner dan 250 m³ op een niet verdachte grond. Op deze manier kan de uitbater van de opslagplaats nadien aantonen dat voor deze bodem geen technisch en bodembeheerrapport nodig was en dat hij deze bodem zonder technisch verslag en bodembeheerrapport mag gebruiken.
Indien de aannemer of de vervoerder de bodem zonder technisch verslag en bodembeheerrapport afvoert, is er natuurlijk geen garantie dat deze bodem niet verontreinigd is. Hierdoor kan de aannemer of vervoerder toch een nieuwe bodemverontreiniging veroorzaken, waarvoor hij objectief aansprakelijk is. Daarom is het toch in veel gevallen aangewezen de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem te bepalen.
Voor iedere partij reeds uitgegraven bodem die groter is dan 250 m³ moet echter wel een technisch verslag opgemaakt worden. Deze verplichting geldt ook voor een partij samengesteld uit verschillende partijen uitgegraven bodem kleiner dan 250 m³ waarvoor er geen verplichting tot technisch verslag was, en ook voor een partij groter dan 250 m³ die in verschillende partijen kleiner dan 250 m³ wordt afgevoerd en gebruikt (artikel 173, §2).

- Moet men uitgegraven bodem afkomstig van verschillende partijen gescheiden opslaan?
De milieuwetgeving stelt dat het mengen van een verschillende partijen uitgegraven bodem, met het oog op verdunnen van de verontreiniging, verboden is.
Partijen met dezelfde milieuhygiënische kwaliteit mag je bijgevolg bij elkaar voegen.
Verontreinigde partijen mag je in geen geval bij niet-verontreinigde partijen voegen. Deze partijen moet je dus gescheiden opslaan.

- De bodem bevatte te veel stenen, daarom heb ik de bodem laten zeven. Moet ik na zeving opnieuw een technisch verslag laten opmaken?
De milieuhygiënische kwaliteit van de uitgezeefde bodem zal beter zijn dan de kwaliteit van de ongezeefde bodem. Daarom is de opmaak van een nieuw technisch verslag, na zeving, niet verplicht.
Indien mogelijk is het zelfs beter het technisch verslag pas op te maken na de zeving. Zo zal je een betere milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vaststellen, waardoor de gebruiksmogelijkheden van de bodem uitgebreider zullen zijn.

- Moet ik voor het gebruik van zeefzand een technisch verslag en een bodembeheerrapport laten opmaken?
Voor ‘zeefzand’ gewonnen uit een uitgegraven bodem, waarvoor de opmaak van een technisch verslag verplicht is, moet een technisch verslag en een bodembeheerrapport opgemaakt worden. Aangezien de milieuhygiënische kwaliteit van het zeefzand beter zal zijn dan de kwaliteit van de ongezeefde bodem, is de opmaak van een nieuw technisch verslag niet verplicht.
Voor zeefzand afkomstig van puinbrekers (puinzeefzand of puinbrekerzand), is de afvalstoffenwetgeving van toepassing. Informatie over het legaal hergebruik van zeefzand vind je bij hergebruik van inerte zeeffracties.

- Moeten er op een opslagplaats bodembeschermende maatregelen genomen worden?
Afhankelijk van de bepalingen opgenomen in de milieuvergunning kunnen specifieke bodembeschermende maatregelen opgelegd worden.
In ieder geval is het zo dat je iedere nieuwe bodemverontreiniging steeds moet saneren. Daarom is het steeds aangewezen de nodige bodembeschermende maatregelen te nemen, zodat het opslaan van eventueel verontreinigde bodem geen aanleiding kan zijn van bodemverontreiniging op de opslagplaats zelf.

- Mag een vergunde tussentijdse opslagplaats uitgegraven bodem aanvaarden zonder technisch verslag?
Een vergunde tussentijdse opslagplaats mag enkel uitgegraven bodem aanvaarden die voldoet aan de voorwaarden van de milieuvergunning. Dat is enkel uitgegraven bodem die opnieuw gebruikt kan worden volgens de bepalingen van de VLAREBO.
Soms wordt er echter uitgegraven bodem aangevoerd waarvoor nog geen technisch verslag is opgesteld en waarvan de samenstelling dus niet gekend is. In die gevallen moet er zo snel mogelijk een inkeuringsanalyse uitgevoerd worden, zodat de tussentijdse opslagplaats kan nagaan of de aangevoerde uitgegraven bodem voldoet aan de acceptatiecriteria van de milieuvergunning. Indien dit niet zo is wordt de uitgegraven bodem direct afgevoerd naar een opslagplaats die de bodem wel mag aanvaarden.
Op deze manier kan je bijvoorbeeld kleine partijen bodem samenvoegen tot één grote partij (maximaal 250 m³). Hierbij moet je wel rekening houden dat het mengen van partijen bodem met het oog op verdunnen van verontreiniging verboden is. Verdachte partijen bodem mag je dus in geen geval bij niet-verdachte partijen bodem voegen.

- Ik wil de uitgegraven bodem gedurende korte tijd opslaan voraleer ik ze opnieuw gebruik. Wat moet ik doen?
Voor de kortstondige opslag van niet verontreinigde grond is een geen milieuvergunning vereist. Een bouwvergunning kan echter wel vereist zijn. Voor deze laatste neemt u best contact op met de gemeente- of staddienst.

- Bij wie kan ik terecht met concrete vragen?
Je kan met je vragen altijd terecht bij de infolijn van de OVAM op 015/284.458 en 015/284.459.
Lees ook alle veel gestelde vragen op de website nog eens na. Je kan op de website ook terecht voor een lijst met erkende bodemsaneringsdeskundigen en erkende bodembeheerorganisaties.
Beiden zijn downloadbaar op de OVAM website. Voor specifieke informatie kan je ook contact opnemen met een erkende bodemsaneringsdeskundige of een bodembeheerorganisatie.

|