plastieken dopjes

Instrumenten afvalstoffenbeleid

De belangstelling voor beleidsinstrumenten in het milieubeleid is de laatste jaren aanzienlijk toegenomen. Er zijn de twijfels over de effectiviteit van bepaalde instrumenten, de blijvende noodzaak tot overheidsingrijpen en het toegenomen aanbod van instrumenten.
We beperken ons hier tot de externe of op de maatschappij gerichte beleidsinstrumenten die door de Vlaamse overheid worden gebruikt, gericht zijn op gedragsverandering en deel uitmaken van het afvalstoffenbeleid.

Wat zijn beleidsinstrumenten ?

Een beleidsinstrument is alles wat de Vlaamse overheid heeft besloten te gebruiken om één of meerdere doelstellingen uit het afvalstoffenbeleid te bevorderen. De zinsnede 'heeft besloten te gebruiken' heeft een dubbele betekenis. In de eerste plaats is een beleidsinstrument altijd verbonden met het voornemen er een activiteit of handeling mee uit te voeren. In de tweede plaats wordt een instrument pas als een beleidsinstrument gezien indien het onderdeel uitmaakt van de inhoud van het vastgesteld beleid. Dit laatste wil overigens niet zeggen dat we niet over beleidsinstrumenten kunnen spreken indien het beleid nog niet is vastgesteld. We spreken dan van 'mogelijke' of 'voorgestelde' beleidsinstrumenten.

Welke beleidsinstrumenten?

Afvalstoffen zijn voor een belangrijk deel het resultaat van het menselijk gedrag als individu of als groep, of de gevolgen daarvan. De Vlaamse overheid kan bepaald gedrag als (on)gewenst beschouwen voor het bereiken van de doelstellingen van het afvalstoffenbeleid en zal dit gedrag proberen te sturen of beïnvloeden met de inzet van beleidsinstrumenten.

De beleidsinstrumenten kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld. Een indeling in drie types is de meest gebruikelijke: de direct regulerende instrumenten, de economische of financiële instrumenten, en de communicatieve of sociale instrumenten.

  1. Directe regulering is strikt genomen het sturen van gedrag door juridische vastgelegde geboden en verboden (bv. …).
  2. Economische regulering is het beïnvloeden van gedrag via financiële instrumenten (bv. fiscaliteit, afvalstoffenheffingen, subsidies) en/of via het marktmechanisme (bv. verhandelbare rechten).
  3. Sociale regulering baseert zich op informatie en communicatie en is gericht op vrijwilligheid en overreding (bv. educatie, overleg, productinformatie, milieubeleidsovereenkomsten).

Het is belangrijk er op te wijzen dat deze types wel van elkaar te onderscheiden zijn, maar niet strikt te scheiden zijn. Meestal worden beleidsinstrumenten gecombineerd ingezet, ook instrumentenmix genoemd. Zo gaat bijvoorbeeld het verbod op sluikstorten (directe regulering) meestal gepaard met een sensibiliseringcampagne (sociale regulering) en wordt iemand die het verbod overtreedt een geldboete opgelegd (economische regulering, die trouwens ook juridisch wordt vastgelegd).

Net zo belangrijk als de eigenschappen van de instrumenten, zijn de omstandigheden waaronder de instrumenten worden toegepast. Om te oordelen in welke situatie de inzet van instrumenten zinvol is zijn de criteria effectiviteit, efficiëntie, uitvoerbaarheid en (politieke) haalbaarheid de belangrijkste. De waarde van deze criteria is relatief. Een volledig rationele keuze van (een combinatie van) instrumenten is daarom niet evident.

Soms wordt er ook nog een vierde aanvullende categorie 'structurerende' instrumenten gesuggereerd die het gebruik van de drie overige categorieën moet stroomlijnen. Hier staat niet de wijze waarop het gedrag wordt beïnvloed centraal, maar wel het sturen of ondersteunen van de inzet van andere instrumenten. De belangrijkste voorbeelden zijn planning, uitvoeringsorganisaties en informatiebeheer.