 |
 |
Wettelijke en administratieve bepalingen
|
 |
 |
Bodembedreigende inrichtingen
|
 |
 |
Wie doet wat?
|

|
 |  | Wettelijke en administratieve bepalingen- Wanneer moet ik een oriënterend bodemonderzoek laten uitvoeren ?
Het bodemsaneringsdecreet bepaalt dat er in volgende gevallen een oriënterend bodemonderzoek is vereist :
- bij overdracht van een risicogrond;
- bij sluiting van een risico-inrichting;
- bij de exploitatie van een risico–inrichting periodiek elke 10 of 20 jaar (afhankelijk van welke inrichting wordt uitgebaat).
- bij onteigening;
- bij faillissement of vereffening;
Onder risico-inrichtingen verstaan we een (bedrijfs)activiteit die opgenomen is in de lijst van inrichtingen die bodemverontreiniging kunnen veroorzaken. Men moet dus eerst nagaan of op een bepaalde grond (kadastraal perceel) een risico-inrichting gevestigd is of was. Voor deze informatie kan men zich wenden tot de gemeentelijke instanties.
Wanneer er op het betrokken terrein in het verleden enkel risico-inrichtingen waren gevestigd, er intussen een sanering werd doorgevoerd en er na de sanering geen risico-inrichtingen meer zijn uitgeoefend op het kadastraal perceel, moet men geen oriënterend bodemonderzoek uitvoeren.
Er moet evenmin opnieuw een oriënterend bodemonderzoek plaatsvinden bij overdracht, indien zulk onderzoek al werd uitgevoerd en daaruit bleek dat er voor het betreffende kadastraal perceel geen noodzaak was tot verder onderzoek. Als bijkomende voorwaarden geldt wel dat er sinds dat onderzoek geen risico-inrichtingen meer mogen gevestigd zijn, het bestemmingstype(bv woongebied) niet gewijzigd mag zijn, er geen schadegeval is gebeurd en de perceelsgrenzen zijn behouden.

- Hoe lang is een oriënterend bodemonderzoek geldig ?
Het Bodemdecreet gaat ervan uit dat indien er geen risico-inrichtingen meer waren gevestigd op deze grond sinds het laatste oriënterend bodemonderzoek en er:
- geen schadegeval is gebeurd
- geen wijziging is geweest in het bestemmingstype bv woongebied
- geen wijziging is gebeurd aan de perceelsgrenzen
het oriënterend bodemonderzoek onbeperkt geldig is.
Indien er nog wel risico-inrichtingen op de grond gevestigd waren, blijft het oriënterend bodemonderzoek in principe 1 jaar geldig. In dit jaar mogen zich wel geen schadegevallen hebben voorgedaan en moet de ruimtelijke omschrijving van de onderzochte grond overeenstemmen met de omschrijving van de grond waarop de onderzoeksplicht rust. Zoniet is er bijkomend onderzoek noodzakelijk.
Is het oriënterend bodemonderzoek ouder is dan 1 jaar dan moet er sowieso bijkomend onderzoek worden uitgevoerd.

|
 |  | Bodembedreigende inrichtingen- Op een terrein is een vergunning voor de uitbating van een chemische wasserij afgeleverd. Het bedrijf heeft zich elders in het industriepark gevestigd en heeft op het eerste terrein nooit geëxploiteerd. Is er een oriënterend bodemonderzoek nodig?
De feitelijke exploitatie van de risico-inrichting, dit is een inrichting die voorkomt op de lijst van inrichtingen die bodemverontreiniging kunnen veroorzaken, is de noodzakelijke voorwaarde opdat er een onderzoeksplicht is in het kader van het Bodemdecreet. Het feit dat er vergunning werd afgeleverd, betekent nog niet per definitie dat de inrichting effectief werd geëxploiteerd.
Indien er inderdaad geen chemische wasserij gevestigd was op de eerste locatie, dan kan een overdracht van gronden plaatsvinden zonder vooraf een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren en deze resultaten aan de OVAM te melden.

- Ik heb een discussie met de verkoper of er al dan niet een risico-inrichting was op een terrein. Uit documenten v.d. heemkundige kring blijkt dat er in het verleden een stortplaats was. De verkoper argumenteert dat er geen vergunning werd afgeleverd.
De feitelijke exploitatie van de risico-inrichting, dit is een inrichting die voorkomt op de lijst van inrichtingen die bodemverontreiniging kunnen veroorzaken, is de noodzakelijke voorwaarde opdat er een onderzoeksplicht is in het kader van het Bodemdecreet. Het feit dat er geen vergunning werd afgeleverd doet niets af aan deze onderzoeksplicht.
Indien, zoals aangegeven in de bovenvermelde vraag, er inderdaad stortactiviteiten hebben plaatsgevonden, dan kan een overdracht van gronden niet plaatsvinden vooraleer er een oriënterend bodemonderzoek is uitgevoerd en deze resultaten aan de OVAM werden gemeld.

|
 |  | Wie doet wat?- Welke partijen spelen een rol in het Bodemdecreet ?
In het Bodemdecreet vervult de OVAM de rol van de centrale administratie. We zorgen voor de opvolging van de procedures en behandelen de diverse dossiers. Overheden zoals gemeenten en andere administraties hebben een belangrijk aandeel in het Bodemdecreet bij de conformverklaring van het bodemsaneringsproject. Zij kunnen hierbij namelijk een advies uitbrengen, rekening houdend met de diverse noden die zij vanuit hun bevoegdheid zien. Afhankelijk van de technieken die toegepast zullen worden bij de bodemsaneringswerken, kunnen gemeenten en administraties toezien op de optimale afwikkeling van de bodemsanering.
Voor de gemeenten en de provincies is bovendien een essentiële taak weggelegd bij het uitvoeren van de inventarisatie. Zij hebben sinds vele jaren de bevoegdheid om diverse vergunningen toe te kennen. Voor het opzoeken van de gegevens proberen wij dan ook vooral met deze archieven te werken. In het Bodemdecreet is trouwens voorzien dat de gemeenten zelf een gemeentelijke inventaris aanleggen met de gegevens van plaatsen op hun grondgebied waar zich risico-inrichtingen bevinden of bevonden.
Bovendien hebben de burgemeester en de provinciegouverneur een zeer grote bevoegdheid om in te grijpen bij situaties die een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid betekenen.

- Wat is de rol van de OVAM en de erkende bodemsaneringsdeskundige in het bodemsaneringsgebeuren ?
In het kader van het Bodemdecreet dienen in bepaalde gevallen onderzoeksdaden gesteld te worden en waar nodig saneringsacties ondernomen te worden; het terreinonderzoek en rapportage volgens de richtlijnen van de OVAM, gebeurt door een bodemsaneringsdeskundige. Er zijn 2 types bodemsaneringsdeskundige:
- type 1 mag ondermeer een oriënterend bodemonderzoek uitvoeren d.i. een bodemonderzoek dat een algemeen beeld geeft van de verontreinigingstoestand op het perceel. Zij mogen echter geen bodemonderzoek uitvoeren waarbij meer in detail wordt gekeken naar de omvang, ernst van de vestgestelde bodemverontreiniging en de impact hiervan op mens en milieu (beschrijvend bodemonderzoek).
- type 2 mag ondermeer:
- een oriënterend bodemonderzoek uitvoeren;
- een beschrijvend bodemonderzoek uitvoeren;
- een bodemsaneringsproject opstellen;
- bodemsaneringswerkenuitvoeren, opvolgen en rapporteren.
Op het moment dat de rapporten bij de OVAM zijn ingediend evalueert en controleert de OVAM deze rapporten. Als reactie op rapporten stelt de OVAM tevens ook de brieven op i.v.m de goedkeuring, vraag tot aanvulling of noodzaak tot verder onderzoek. Bij een bodemsaneringsproject verleent de OVAM ok de vergunning om de bodemsaneringswerken te kunnen starten.

- Mag iedere milieudeskundige bodemonderzoeken doen in het kader van het Bodemdecreet ?
Neen. Alle onderzoeksdaden en maatregelen in het kader van het Bodemdecreet dienen uitgevoerd te worden onder leiding van een (erkend) bodemsaneringsdeskundige. Deze werkwijze werd gevolgd omdat de erkende bodemsaneringsdeskundige voldoende borg staat voor een goede uitvoering. Enerzijds zijn er de strenge erkenningvoorwaarden en schorsingsprocedures en anderzijds zijn er belangrijke financiële consequenties en verantwoordelijkheden bij de uitvoering van frauduleus werk.
De erkend bodemsaneringsdeskundige moet wel de onderzoeksrichtlijnen volgen die door de OVAM werden opgesteld. Om deze richtlijnen correct toe te passen zijn een aantal opleidings- en ervaringsvereisten nodig. De standaardprocedures zijn geen cursussen over bodemonderzoek maar wel een kader dat een bepaalde kwaliteitsborging beoogt. Er zijn bemonsteringsstrategieën opgenomen maar de deskundige kan hiervan op een gemotiveerde wijze afwijken. Tenslotte werd ervan uitgegaan dat een volledig afgelijnde procedure van onderzoek ertoe kon leiden dat een bodemonderzoek bandwerk zou worden waardoor de deskundige het oog voor het detail kon verliezen, een "detail" met soms zware milieugevolgen.

|